What the F….atboy!

maart 28, 2011 § 17 reacties

‘Kind! Kinderen , heb je voor het leven!’, placht mijn moeder te zeggen. Over het algemeen ervaar ik dat  als een zegen maar soms, ik zeg het eerlijk een burden waar je niet onderuit kunt. Ja, zo is het toch? Dochter moest voor het vak 3D   associëren op het begrip stoel. Waarom stoel. vraagt u zich wellicht af. Niet doen. Heb ik ook niet gedaan. Over sommige opdrachten in het leven moet je niet te lang nadenken omdat je er anders simpel van wordt. Goed, stoel dus. Uiteindelijk kwam ze uit op zitzak en vervolgens op fatboy en vervolgens op het lumineuze idee om de zitzak alias fatboy te vullen met verpakkingen waarin allerhande junkfood geduldig had zitten afwachten totdat het verorberd werd.

Het idee is natuurlijk schitterend, orgineel, kunstzinnig haast!

 Stoel→ Zitzak→ Fatboy→gevuld door Junkfood  

En je gunt je kind altijd een plek op een erepodium. Dus je stimuleert zo’n idee. Aan alle kanten. Je denkt mee over de uitvoering (de fatboy moest van stevig en doorschijnend plastic want anders zag  je de vulling niet). Het ontwerp moest verkleind worden want het ging slechts om een prototype. De uitvoering diende deels te geschieden op het naaimachien… een voor Dochter prehistorisch apparaat. Om een lang verhaal kort te maken. Hij is er uiteindelijk gekomen: Fatboy filled with junkfood.  Zondag rond de klok van 16.00 uur zag hij het licht. Dat zijn komst gepaard ging met menig verbeten vloek en verwensing zetten we niet op het geboortekaartje. Dat houden we tussen ons. Daar vertrouw ik u in.

© lasja
afb.: internet
Advertenties

Rieneke Dijkstra….

maart 26, 2011 § 14 reacties

maakt prachtige foto’s… kijkt u maar

meer over Rieneke

Boodschap…

maart 25, 2011 § 10 reacties

Toegegeven: ik heb nog niet zo heel lang geleden op het punt gestaan om een BB te kopen, een Blackberry. Een robuuste en multifunctionele mobiele telefoon die ook nog eens tegen een stootje kan, vond ik wel bij me passen. Maar de pubers die tegenwoordig niet in het bezit zijn van zo’n pingapparaat zijn op één hand te tellen. En een beetje docent houdt gepaste afstand van de modegrillen van de jeugd. Buiten dit principe ondervind ik dagelijkse de gevolgen dit hebbeding, ook al bezit ik er zelf geen.  Ik ken geen puber die niet verslaafd is aan dat kreng. Mijn lokaal heb ik openlijk tot ” blackberryvrije zone” verklaard.  Ze weten dat ik wanneer ik ook maar een glimp zie van hun zwarte lieveling deze zonder pardon in beslag neem. Ondanks dit risico zie ik menigmaal een  hand onder tafel verdwijnen richting linker of rechterbroekzak omdat de eigenaar niet bestand is tegen de trilling die een bericht aankondigt. Ook op de gangen sta ik wat betreft Blackberrygebruik op mijn strepen: indien een leerling een gesprek of een praatje met mij wenst, wil ik dat aangaan zonder dat de leerling ondertussen zijn ‘precious’ beroert. Ik sta inmiddels bekend als de blackberry-hater en dit wordt me ook nog eens van harte gegund. Zelf heb ik een LG met een touchscreen. Ook dat weten de leerlingen. Ze leggen mijn onverdraagzame houding t.a.v. hun blackberry’s uit als zijnde een campagne voor een mobiel met touchscreen. Pubers zijn zo slim!

Ik ontving vanmorgen een berichtje van een voor mij volkomen onbekende. Dat is wel vaker zo. Ik ben weleens gebeld door een Surinaamse man die in het Sranang van alles en nog wat aan mij begon te vertellen. En ook weleens door een dame van de dieetclub met de mededeling dat de ‘weegavond’ niet door kon gaan. Maar deze ochtend kreeg ik boodschap die ik qua inhoud niet heb kunnen decoderen. Ook mijn leerlingen wisten geen zinnige uitleg te geven. Wel een tip: ‘Mevrouw wanneer u een BB neemt, pingt u alleen met bekenden, dus krijgt u nooit een berichtje van iemand die u niet kent’ . Ik heb een beetje zuinigjes gelachen en vraag bij deze uw hulp in. Dit is het bericht:

Hi babs, mitie hier. Zou ikvandaag

langs kunnen komen voor een blik biamed?

 

© lasja

Claudia de Breij slash Mina Mocca

maart 23, 2011 § 14 reacties

Een mens heeft of bouwt zo zijn eigen rituelen:  om de tijd vast te houden of doen terugkeren, ijkpunten in een leven dat almaar doorgaat. Ik heb ze ook: een ochtend zonder uitgeperste sinasappel staat garant voor een woelige, hectische dag, een afterdouche zonder gezichtscrème is vergelijkbaar met een koude douche, een kop koffie na het avondeten moet om het welbevinden optimaal te voeden en zo heb ik nog wat van die kleinigheden waar ik zeer aan gehecht ben en die me passen als een tweede huid. Een geliefd avondritueel bijvoorbeeld is het kijken naar DWDD. Matthijs als gastheer neem ik voor lief, maar vaak geniet ik van Jan Mulder, Nico, Fokke en Sukke en niet te vergeten van die kleine met die hoge stem. Af en toe schuift Claudia de Breij aan tafel. En zij en ik klikken niet. Dat ligt aan mij, ik weet het maar die lach van haar overal doorheen maakt dat ik i.p.v plezier jeuk ervaar. Overdreven en aanstellerig en zooooo nep. Vind ik.

 Gisteravond was er een interessant item. Bert Koenders en Jack de Vries waren voor deze gelegenheid aangeschoven. Het ging over Kadhafi waar Europa vandaag de dag  eendrachtig tegen optrekt. Voorheen, pak ‘m beet zo’n maand of drie geleden, lag dat nog heel anders. Europese staatshoofden schudden hem enthousiast de hand en sommigen zoenden hem vol overtuiging op beide wangen. Daar ging het over, over de hypocrisie van de buitenlandse politiek, over al die (economische en politieke) belangen die meespelen. Bert Koenders was daar klip en klaar over. Hij weigerde ooit de hand te schudden van de Libische leider. Jack de Vries diende hij van repliek toen deze probeerde hem mede verantwoordelijk te stellen voor wapenleverancies aan Libië maar ook aan andere landen waar de mensenrechten met voeten getreden worden.  Bert Koenders corrigeerde de spindoctor van het CDA door te melden dat hij als minister van Ontwikkelingssamenwerking het vorige kabinet menigmaal gevraagd had geen wapens te leveren aan landen die ’t niet zo nauw namen met de mensenrechten. Claudia die daarvoor al een aantal keer geprobeerd had aan het woord te komen, trok de aandacht met het volgende intro: …jaaa … misschien een beetje naïef en blondhaha … (en nou komt het) … maar…hoor ik het nou goed dat mijn kabinet wapens verkoopt…?‘  (…!…) Kijk en daar kan ik me dan ineens vreselijk aan ergeren. Is ze, die Claudia na de tweede wereldoorlog niet meer buiten geweest ofzo? Veel moeite hoef je niet te doen om er achter te komen dat ons kabinet hier en daar wat straalvliegtuigen in de markt heeft gezet, wat fregatten heeft geleverd en her en der nog wat van haar haar wapenarsenaal verkoopt en verkocht heeft. Zit er eens een vrouw als sitekick aan tafel, gaat ze wauwelen en het kindvrouwtje uithangen. Ga dan maar fijn afwassen of strijken, Claudia…. van mijn part… Kun je fijn blond en naïef blijven doen. Wat een meutminamocca

©lasja
afb.:internet

eutrofiëring en ontslakken

maart 20, 2011 § 30 reacties

Ontslakken doe ik al jaren niet meer. Sapkuren en niksdoen, daar moet je de tijd voor hebben en dat heb ik niet. Liever fiets ik mezelf de lente in.

Vanmorgen was dat richting Rotte. Ik fiets niet als een bezetene zoals veel, voornamelijk mannelijke, mountain -en racebikers. Liever fiets ik kuierend. Dan zie je nog eens wat. Vanmorgen zag ik een fuut. Niet solo maar in gezelschap van wel zes andere soortgenoten. Onbespied waanden ze zich. Het zijn uitstekende duikers en onderwaterzwemmers. Wanneer ze fuutjes hebben, klimmen die vaak op de ruggen van hun ouders en blijven daar ook tijdens het duiken vastberaden op zitten. Terug naar dat gezelschap van hedenmorgen. Het was alsof één van hen aftelde: één, twee, drie…’ en op drie doken ze gezamenlijk de wondere waterwereld in. Futen, zo heb ik jaren gedacht, zwemmen in schoon water. Dus daar waar de fuut dobbert en duikt  is het water van goede kwaliteit. Niks van waar. Zij zijn één van de weinige vogels (ze zijn niet verwant aan de zwemvogels maar aan flamingo’s en heel ver terug aan duiven!…ze hebben ook geen zwemvliezen!) die profiteren van de eutrofiëring van het water. Wat dat is, heb ik voor u en mezelf opgezocht. Het water eutrofieert wanneer het gehalte aan o.a. stikstoffen (vaak als gevolg  van mestlozing) toeneemt. Het gevolg is dat er meer algen groeien in het water. Dus die fuut zwemt eigenlijk helemaal niet in schoon water, sterker nog… hij houdt er niet van. Wat je daar nu mee moet: met die kennis? Opslaan en achteloos doorvertellen, dacht ik zo.

 
© lasja
afb.: internet

jaloers

maart 16, 2011 § 20 reacties

Ooit klom ik op een paard. Gedreven door een combinatie van nieuwsgierigheid en overmoed had ik me over laten halen. Door een vriendin. Dus dan weet je het wel. Een vriendin die al jaren paardreed en een chagrijnige pony verzorgde uit onbezoldigde liefde. Ze zeggen dat paardenmeisjes verschillen van hun sexegenoten. Ze bouwen de meest intieme band op met een/hun paard en niemand die daar tussen komt. Ik hou daar wel van: van dat soort stereotypen: het maakt de wereld weer een stukje overzichtelijker. Maar goed, ooit klom ik dus ook op een paard, een manegepaard. Het dier had al bij de eerste stap in de gaten dat zijn berijder onervaren was. De  instructeur bezwoer me dat  ik op het meest makke paard van de gehele stal zat en ik dus niets te vrezen had. Waarschijnlijk kneep ik toch te hard met mijn knieën op plekken die voor een paard onaangenaam moeten zijn. Mijn ros stond abrupt stil, draaide weloverwogen een kwart slag en mikte mij van haar rug. Ten overstaan van iedereen krabbelde ik beduusd op, sloeg het stof van mijn kleren en klom op aandringen van de instructeur ( ‘Wanneer je er nu niet opklimt, doe je het nooit meer…‘) bevend van angst  weer op die paardenrug. Het was mijn eerste les en daar is het ook bij gebleven maar ik bleef een fascinatie houden voor deze edele dieren.

Vanmorgen fietste ik naar mijn werk op mijn minder edele maar ozo betrouwbare stalen ros. Halverwege het fietspad stond een paard met berijder stil. Naast dit gezelschap sprong een herdershond. Die bleek erbij te horen. Hij droeg een halsband met een lange riem eraan en kennelijk was de riem ontsnapt aan de handen van de dame op het paard. Vanaf die hoge rug spoorde ze de hond aan om tegen het paard op te springen zodat ze met een handige beweging de riem van de hond zou kunnen pakken en zo hun ochtendwandeling gezamenlijk zouden kunnen vervolgen. U denkt misschien dat ik ben afgestapt om te helpen en zo het trio op weg te helpen. Mis! Ik reed door en niet omdat ik haast had. Pure jaloezie en afgunst liggen hier aan ten grondslag. En ik zit daar echt niet mee. Zo, weet u dat ook weer.

©lasja
afb.: internet

Neighbours

maart 13, 2011 § 12 reacties

We luisteren gespannen naar de berichten op de radio, Dochter en ik, zij aan zij in bed nog.  Onbegrijpelijk en onvoorstelbaar, tsunami en aardbeving.  Dochter leest het krantenbericht voor en constateert dat epicentreum niet geschreven wordt als episch centrum. Het leven… gruwelijk en hoopvol tegelijkertijd…omdat het doorgaat.

Mijn buren zijn stille buren. Onzichtbaar haast. Alleen doordat ’s avonds  het licht brandt in de huiskamer, weet ik dat ze er nog wonen. Expats uit Japan. Het is inmiddels het vierde stel dat er woont. Het eerste stel aan wie het huis voor veel werd verhuurd,  had twee kinderen. Bij hen dronk ik thee met bladgoud erin. Na anderhalf jaar verhuisden ze naar Amstelveen. Het was hier in Maasstad te eenzaam. Onlangs ontving een kaart van ze. Ze zouden per 1 maart weer terugkeren naar Japan. Voorgoed.  Ik realiseerde me pas na de komst van stel 2, 3, en 4 dat het eerste stel bijzonder openhartig was geweest. Japanners zijn erg op zichzelf, niemand tot last, altijd aan het werk. Soms per toeval komen we elkaar tegen. Een korte, vriendelijke groet maar nooit als eerste. ‘Japanners zijn stoïcijns, hun binnenwereld kan in brand staan maar ze zullen dat niet uiten of tonen. Dat is hun volksaard, ze zijn erin gedrild, het zit als ware in hun genen….’,  hoor ik hoogleraar Rien Segers vertellen.  Zouden ze weten dat dit is wat over hen verteld wordt, denk ik. ‘Japanners zijn op hun best wanneer ze in een dal zitten’, zegt die hoogleraar ook nog. Misplaatst en slecht getimed vind ik zo’n uitspraak.  In mijn beste engels schrijf ik een kaartje en doe dat in de bus bij de buren. Op de enveloppe schreef ik: neighbours.

update 14/03/11–>11.49 uur:

 Toen we ’s avonds aan een pot scrabble zaten(sinds Zoon weer thuis woont, worden er weer bordspellen gespeeld), werd er gebeld. Het was buurman. Hij kwam zeggen dat hij het kaartje erg op prijs stelde en dat zijn familie ‘safe’ was.  Binnen komen wilde hij niet. Wel schonk hij een fles Saki en vertelde dat hij in de loop van deze week naar Japan ging om te helpen. De gang was te smal en te donker voor verder uitwisseling. Hoofdknikkend en achteruitlopend vertrok hij. Wij, Zoon en ik, knikten mee.

Waar ben ik?

Je ziet het archief van maart, 2011 om zeeschuim.