Wat heeft u in de tuin staan?

april 26, 2011 § 20 reacties

De weg naar school (= werk) zit vol vermoede en onvermoede hindernissen. Zo weet ik bijvoorbeeld dat ik met ijzel voorzichtig moet fietsen over de bruggetjes sinds ik daar vorig  jaar een onverwachte schuiver over maakte.  Ik heb 6 maanden lang pijn aan mijn rechterknie gehad en vind mezelf sindsdien geen trut meer wanneer ik in tijden van gladheid afstap voordat ik de bocht neem.

Maar goed dat was afgelopen winter en nu zitten we midden in de lente en lijkt het wel zomer. Ik fiets lichter en kijk wat argelozer om me heen. Reigers vliegen af en aan om hun nesten te fatsoeneren onderwijl ijselijke kreten uitslaand. Weleens goed naar een reiger gekeken? Wat een venijnige rotkop heeft dat dier. Mocht ik ooit vogel worden in een volgend leven, dan toch liever geen reiger. Doe mij maar terugzetten als meerkoet of fuut natuurlijk. Er zijn meer dieren die mijn route kruisen: ooievaars, parmantig stappend op die stelten van ze, mekkerende geiten, honden en bazen aan een riem, ook weleens een dooie vos of een platgereden konijn… Ik mag niet mopperen. Per slot van rekening woon en werk en als gevolg daarvan fiets ik altijd in hartje stad.

Toen ik blijmoedig de Irenebrug over gefietst was (daarna daalt de weg dus maak je met weinig inspanning een aardige snelheid) zag ik rechts van me tussen de bomen door iets wits/zwarts . Ik moest mijn ogen (vanwege die snelheid) toch ook een beetje op het fietspad houden – je weet maar nooit wie of wat op het idee komt om over te steken wanneer ik daar in volle vaart voorbij sjees-  dus had niet meteen in de gaten wat er te zien viel. Maar na een tweede, meer gerichte blik zag ik dat er twee koeien op het grasveld stonden. ‘Koeien!!!’, dacht ik… ‘d’r is in de verste verten geen weiland te bekennen. Hoe komen die hier in ’s herensnaam?‘  Van de weersomstuit sodemieterde ik bijna van mijn zadel. Enigszins bekomen van de onsteltenis zag ik dat het om twee kunstkoeien ging. Ja, u leest het goed: kunstkoeien. Naast de tuinkabouter en de potplant zet je bij de eerste zon  nu ook je kunstkoe in de tuin. Voor de gezelligheid waarschijnlijk.

 ’t Is maar goed dat levende koeien praktisch niet meer buiten komen. Ze zouden bij het zien van die kunstkoeien maar anarchistische gedachten  krijgen en mogelijk massaal optrekken naar het Binnenhof. In sommige gevallen en zeker wanneer je koe, varken of kip bent, is het beter dat je niet àlles weet van de wereld om je heen. In een volgend leven vind ik het bij nader inzien toch ook niet erg als ik als reiger terugkom. Alles beter dan…. juist.

afb.: internet
© lasja
Advertenties

de V van Volkskrant, Verbouwen en Vluchten

april 23, 2011 § 23 reacties

Philip Akkerman schildert vooral zichzelf, zijn eigen hoofd, lees ik. Wel 3000 schilderijen maakte hij van zijn kop… je moet er maar het geduld voor op kunnen brengen…ieder keer weer diezelfde tronie… Ik scan de afgebeelde portretten en ben onder de indruk van zijn kleuren, beetje van Gogh, denk ik. Ik scheur de pagina af en rol er een kopje in.

Op de volgende bladzijde blikt het altijd vrolijke, enigzins mollige hoofd van Sylvia Witteman… is ze nou wel of niet familie van Paul… een dochter lijkt me sterk maar een nicht zou kunnen. Sinds ze weer in Nederland woont, vind ik haar columns minder hilarisch en die verwijzing naar excessief drankgebruik geloof ik nu wel. Dat ze gestopt is met haar kookcolumn is daarentegen niet te verteren.  Opnieuw scheur ik de pagina af en pak een bordje in. Lodewijk de Waal is nog steeds een straatvechter…. Hoelang is hij nou eigenlijk vakbondleider geweest…niet zoooo lang toch… Agnes Jongerius die hem is opgevolgd, gaat alweer veel langer mee…dure kleren draagt zij vaak, met bijpassende sieraden en ze is  nummer 45 op de lijst van meest invloedrijke mensen in Nederland. Dit keer is het gifgroene vaasje dat ik lang geleden van Zoon kreeg aan de beurt…ik kan het niet weg doen…hoe vaak heb ik dit vaasje ingepakt… Cor de Jonge is dood…nog niet zo oud concludeer ik na het lezen van de rouwadvertentie….’t kan ineens over zijn.  

De laatste weken heb ik de oude Volkskranten niet weggedaan. Ik wist dat ik ze nodig zou hebben. We hebben er de Pasen voor uitgekozen. In plaats van eieren schilderen, zijn we aan het hakken, breken, pakken en vernieuwen….Gotogot… wat een genot vind ik dit. Het vernieuwen van de keuken heb ik lange tijd met succes tegen weten te houden: niet nodig maar vooral geen zin in de troep die bij het uitruimen van kasten onherroepelijk ontstaat, was mijn voornaamste reden om tegendraads te zijn. Wat een klerezooi verzamelt een mens  gedurende zijn aardse bestaan. D’r is geen zoogdier die ons dat nadoet… Wanneer is dat verzamelingsgen dominant geworden tijdens de lange rit die we hebben afgelegd  voordat we rechtop gingen lopen?

In het sportgedeelte van de krant dat nu aan de beurt is om van leesvoer te evolueren naar inpakpapier zie ik een uitgebluste tafeltennisster zitten, nou ja eigenlijk meer hangen. Ze kijkt meesmuilend naar haar voeten alsof ze die verwijten maakt… Niet zeiken, denk ik, …je staat in ieder geval in de krant!  Ik ben in mijn leven 12 keer verhuisd. Alleen voor mezelf heb ik de handel 12 keer ingepakt en weer uitgepakt. Nog maar te zwijgen over verhuizingen van anderen waar ik mijn steentje aan bijgedragen heb. Ik doe het niet meer want ik haat het. Er zijn twee basisreacties waar we onbewust uit kiezen wanneer er gevaar dreigt: Aanvallen of vluchten. Ik beloof mezelf plechtig terwijl ik de 18-de doos naar boven sjouw dat ik de eerstvolgende keer bij de ‘V’ van verhuizen of verbouwen heel bewust zal kiezen om te Vluchten.

afb.: internet (hier meer)
©Lasja

Noli me tangere

april 11, 2011 § 27 reacties

Tussen al het leed van de wereld las ik vandaag in Stekel (een rubriek in de Volkskrant) dat Jeroen Brouwers, de schrijver van o.a. Datumloze Dagen, Bezonken Rood – beide boeken heb ik welhaast ademloos uitgelezen en nu ben ik Bittere Bloemen, zijn meest recente roman aan het lezen- zijn huis moet afbreken.

 Hij doopte de woning ‘Noli me tangere’*  maar dat weerhield de rechter in Tongeren niet van zijn vernietigende uitspraak: Jeroen Brouwers moet zijn huis afbreken. Arjan Peters (recensist) roept op tot de oprichting van een steuncomité. Ik doe mee. Laat die man met rust…laat hem schrijven…ook voor mij en voor u.

* noli me tangere – blijf van me af

foto: internet

tot uwer beschikking

april 8, 2011 § 10 reacties

Ik moet me nog even door 30 verhaal -en teevee analyses heenworstelen en daarna…ben ik weer geheel (nou ja,  ten dele) tot uwer beschikking.

Geniet intussen gewoon fijn van het mooie zonnige weer, de fluitende merels, de ontwakende kikkers, de scharrelende egels, de lammetjes en de bijtjes en de bloemen.

groet,

Lasja

knierp…

april 5, 2011 § 22 reacties

 

Ik zou toch zweren dat ik vanmorgen de gierzwaluw heb gehoord.

Dit geluid hoorde ik terwijl ik naar mijn werk fietste.

 

 

 

 

wel even klikken hierboven op  ‘dit geluid’

Jongens van veertien

april 3, 2011 § 23 reacties

Ze sms’te me: ‘Peter stond te huilen. Iets met Freek. Kon er niet achterkomen’. Kleedkamers van gymzalen zijn broedplekken van puberleed. Ruimtes zonder  regulerend toezicht waar het ontluikende puberlijf in al zijn kwestbaarheid getoond moet worden aan leeftijdgenoten. Anno 2011 is dàt nog steeds niet veranderd. Gelukkig heb ik een oplettende collega lichamelijke opvoeding. Ik pieker tijdens de les Nederlands hoe ik het zal aanpakken. Eén ding weet ik: ik moet het initiatief nemen. Jongens komen zelden tot nooit langs om te praten over wat hen dwars zit of om uit te leggen waarom hun tranen vloeien. Vlak voor de bel tik ik beide jongens, nauwelijks merkbaar voor de andere leerlingen op hun schouder en fluister: ‘Na de les, even blijven zitten’.

Beide jongens zijn buitenbeentjes, niet doorsnee, niet gemiddeld. In de puberteit staat dit gelijk aan kwetsbaar, een makkelijk onderwerp van spot en voor de heren in kwestie: incasseren, keer op keer. De klas waarvan ze deel uit maken, is een gemoedelijke klas. Doordat er veel meiden in zitten heerst er een feminieme sfeer en kwetsbare jongens gedijen daarin beter dan in een klas waar vooral jongens overheersen. Maar beide jongens hebben last van hun verleden. Ook al is dat slechts veertien jaren oud. Beiden zijn in vorige klassen menigmaal gepest, getreiterd zelfs. Bij Peter zijn de efffecten daarvan naar binnen geslagen. Om het minste geringste voelt hij zich afgewezen en gaat over tot een buitenproportionele aanval. Hij heeft ook geen vertrouwen in docenten, want die hebben nog nooit iets voor hem gedaan. Nou ja, oké, buiten zijn mentrix van vorig jaar en die van dit jaar. Bij Freek hebben de gevolgen van herhaaldelijk afwijzen zich opgebouwd in een enorme onrust in zijn lijf: hij kan niet stilzitten, trommelt vaak en veelvuldig met zijn vingers op alles wat er voor handen is en leest tijdens een leesbeurt met gemaakt lage stem om zijn baardloze hoge stem te verbergen. Ze verdragen elkaars kwetsbaarheid niet, ruiken de angst voor de afwijzing van grote afstand en zoeken als gevolg daarvan constant de confrontatie met elkaar.

Peter huilt met ingehouden woede en dreigt dat hij Freek in elkaar zal meppen wanneer deze nog één keer iets zegt. Freek reageert verbolgen en roept dat hij niet begrijpt waar Peter op doelt. Peter doet met gebalde vuist een stap. Ik grijp in, maan hem tot rust en laat een stilte vallen. Dan probeer ik en zeg dat ze eigenlijk niet zoveel van elkaar verschillen… dat ze allebei weten hoe het voelt om gepest en afgewezen te worden. Freek begint nu ook te huilen, onbedaarlijk. Woorden verstoren nu datgene wat moet plaatsvinden, denk ik, dus ik zwijg. Wanneer het huilen verandert in sniffen vertel ik hen wat ik vermoed, namelijk dat ze allebei een wond aan de binnenkant hebben die soms opengetrapt wordt. Stel nou, zeg ik, dat die wond aan de buitenkant zou zitten en je zou ‘m kunnen zien…een grote plek op een knie bijvoorbeeld met een dikke korst erop. Zou je die dan open schoppen of zou je juist daardoor een beetje rekening houden met elkaar?

Jongens van veertien zijn over het algemeen  mild en vol goede bedoelingen. Jongens van veertien verstoppen zich over het algemeen nog niet achter stoer boeren, luid schreeuwen, ruziemaken en ander kabaal om hun angsten en onzekerheden te overstemmen. Als het ijzer gesmeed moet worden, dan nu, denk ik.

Ik laat Freek en Peter gaan en spreek met hen af dat ik volgende week wil horen welke keuze ze gemaakt hebben: de ander verwonden of de ander met rust laten.

©lasja
afb.: internet

Waar ben ik?

Je ziet het archief van april, 2011 om zeeschuim.