Buurvrouw Menny

oktober 25, 2011 § 12 reacties

Buurvrouw Menny belde.

Voordat zij belde, kende ik haar niet. In het oude deel van Kustdorp, het deel dat het dichts bij zee ligt, is burenhulp (nog) de gewoonste zaak van de wereld. Het is ongewoon wanneer je je daarvan distantieert. Menny is vannacht met haar buurman naar het ziekenhuis gegaan. De pijn van de vinger was door de morfine heen gedrongen. Hij ligt op de afdeling ‘Kortstondig Verblijf’. De vinger is er af. Ze vroeg zich af of zij de thuiszorg in moest schakelen maar wist niet zeker of ik me als dochter gepasseerd zou voelen.

 Zij kent hem korter dan ik maar kent hem minstens zo goed. Door de vrienden die bij hem langskomen om te drinken, door de visschotels die hij uitdeelt en doordat ze zijn scootmobiel overeind heeft gezet nadat hij de bocht te scherp had genomen. Ik hoef niet veel te vertellen. Kustdorpers hebben allemaal wel ergens een familielid waarmee het hetzelfde gesteld is.

Zo weeft mijn vader aan een web zonder dat hij dit beseft.

 

 

bloedbraam

oktober 23, 2011 § 11 reacties

De vinger was ooit gebroken en daarna slecht gezet. Het gevolg daarvan was dat hij krom groeide: de top werd een haakje waarmee hij bij het binnenhalen van de netten bleef vasthaken. Keer op keer. Hij liet hem eraf halen, de top.  Zodoende promoveerde zijn ringvinger aan de linkerhand tot langste vinger. In een jolige bui hield hij de stompe vinger tegen één van zijn neusgaten. Wij zagen daar alleen nog maar de lol van in wanneer er een onwetend vriendje of vriendinnetje kwam spelen als mijn vader thuis was. Thuis was meer een honk voor hem; een tijdelijk maar terugkerend verblijf op de dagelijkse route. Een vertrouwd maar slijtend kussen.  Hij ademde zorgelozer in de buitenlucht. De honken die hij daar aandeed waren vol verwachting en verlangen: de strikken die hij zette, het garnalennet dat hij trok, de bramen die lonkten om geplukt te worden.

Hij belt. Zijn wijsvinger is  onstoken vanwege de duindoorns die er in zaten. Het sodawater gaf onvoldoende soelaas. Misschien moet-ie eraf vertelden ze hem in het ziekenhuis. Of ik nog langskom, vraagt hij. In zijn vriezer zit zeker een kilo zelfgeplukte braam. ‘Bloedband, bloedbraam…’, fluisteren mijn aderen.

Voor het zingen de kerk in

juli 18, 2011 § 19 reacties

Toen ze werd geweigerd om deel te nemen aan ‘het laatste avondmaal’ omdat ze geen hoed droeg, was regelmatig kerkbezoek voor haar verleden tijd. Woest was ze op die ouderlingen die zich god waanden. Ze werd lid van een koor dat op dinsdagavond oefende. Dinsdagavond werd voor ons de- later- naar-bed-avond want voordat ze thuis kwam, was het na tienen. Nadat we de Onedin Line hadden bekeken, lieten we mijn vader met rust en trokken naar zolder.  Het koor (Cantate Deo) van mijn moeder gaf jaarlijks een kerstconcert. Op kerstavond. Wij waren haar grootste fans en net zo zenuwachtig als zij. We konden haar duidelijk horen ook al stond ze tussen zes andere alten. Wij vonden ook dat zij het mooist zong van iedereen. Omdat we te jong waren om alleen naar die Ontmoetingskerk te gaan avonds laat en mijn moeder eerder aanwezig moest zijn i.v.m. het inzingen, ging mijn vader voor deze ene keer per jaar ook naar de kerk. Gestut door een zakflacon jonge jenever. Om de gehele kerkdienst uit te kunnen zitten, nam hij tijdens het gebed een flinke teug vuurwater. Wanneer het koor het “Ere Zij God’ begon te zingen, wisten wij dat het niet lang meer zou duren voordat we krentenbrood met spijs zouden eten. Ik bespiedde mijn moeder en zag haar stralend omgaan met de andere koorleden terwijl ze met één oog mijn vader in de gaten hield.

Trots en vol goede moed

juli 16, 2011 § 13 reacties

Gisteren sprak ik mijn vader. Hij belde en ik wist waarom. Hij had gehoord dat het niet zo goed ging met ‘je moeder’ , zijn ex maar dat begrip detoneert in zijn woordenschat. Ik vertelde hem wat hij horen wilde. De scheiding was voor mijn moeder  een bevrijding  maar voor hem de mislukking van zijn leven en iets wat hij nooit voor mogelijk had gehouden. Ze wonen in hetzelfde dorp, doen boodschappen bij dezelfde winkels maar zijn elkaar in de afgelopen vijftien jaar hooguit twee of drie keer tegengekomen. Ze houden zich van elkaar op de hoogte via anderen en hun kinderen. Trouwen doe je niet voor het leven maar scheiden kennelijk wel. Verbonden tot in de dood. Daar denk ik weleens over na: hoe het de ander zal vergaan wanneer de één overlijdt. In beider leven kwam tot nu geen andere geliefde. Geen ruimte of geen vertrouwen meer. Ooit waren ze stapelverliefd op elkaar maar aan dat begin durft geen van beiden terug te denken. Op hun trouwfoto zie ik ze: mijn vader, jong, knap, trots en een beetje verlegen: mijn moeder, vrolijk, blakend en vol goede moed. Een leven duurt te kort om het te begrijpen.

Lachen

juli 14, 2011 § 22 reacties

Ze was anders dan de moeders van mijn vriendinnetjes. Wanneer was het dat ik dit onderscheid zag en voelde? Was het toen ze een teil zand op het balkon zette en wij daar naar hartelust taarten van mochten bakken of was het toen ze tijdens een kinderverjaardag een elastiek in de deuropening knoopte en daarover een lange doek hing om ons vervolgens op een poppenkastvoorstelling te trakteren? Misschien was het wel toen ik aan haar hand terugkwam van het boodschappen doen en het klutje buurvrouwen dat stond te praten, stilviel toen wij passeerden. Mijn moeder lachte schamper dan, ze lachte sowieso de sores uit haar leven: op het strand, met haar vriendinnen, haar zussen, haar kinderen. Mijn moeder stond bekend als vrolijke meid. Haar schallende lach was dagelijks te horen. En wij lachten vaak met haar mee.  Om één ding was het ons ten strengste verboden te lachen. Wanneer wij ‘Dirk de Aansteker’, ‘Arie Bombarie’, ‘Niek Heb Centen’ of een uitgelaten mongool op straat tegenkwamen, moesten wij groeten. Mocht je het in je hoofd halen om één van hen uit te lachen waar zij bij was, maakte je kennis met haar vlammende ogen en haar vlakke hand.  Ook dat maakte haar anders dan andere moeders in Kustdorp die een kind met handicaps toch vooral zagen als straf van god.

Reis om de wereld

juli 13, 2011 § 8 reacties

Toen haar ouders naar het ‘bejaardentehuis‘ verhuisden, pendelde ze elke veertien dagen heen en weer tussen Kustdorp en Rotterdam. Eén van ons vijven mocht dan mee. We vertrokken ’s zaterdags rond een uur of negen met de bus naar Leiden. Daarna pakten we de intercity en vanaf CS stapten we in de metro tot aan Maashaven en daarna namen we tram twee. Een reis om de wereld leek het. Bij haar ouders aangekomen, was ze het zonnetje in huis. Oma, haar moeder legde haar breiwerk terzijde en zette koffie. Opa, haar vader stak voor de gezelligheid een sigaar op. Ik zag mijn moeder in een ander licht. Niets liet ze los over hoe haar leven werkelijk was. Met iedereen in Kustdorp ging het goed en ze kregen de groeten van haar haar man, mijn vader. Ik speelde het onafgesproken spel mee en wenste dat de dag langer zou duren dan deze ene.  Op de terugweg werden haar  zinnen korter naarmate we Kustdorp dichter naderde. Op het moment dat ze de sleutel in de voordeur stak, liet ze Rotterdam en hen die haar daar lief waren achter zich. Alleen de sigarenlucht van haar vader zat nog in onze jassen.

Te lang

februari 24, 2011 § 8 reacties

foto: lasja

Te lang hebben mijn tenen het zand

mijn neus de geur

en mijn zicht de horizon

moeten ontberen

Waar ben ik?

Je bekijkt nu de Kustdorp categorie van zeeschuim.