Pingen en Knijpers

mei 30, 2011 § 29 reacties

Op het gebied van ‘de was’ ben ik tamelijk ouderwets of sympathieker gezegd ‘old school’. Ik weiger al jaren een droogtrommel. Ten eerste omdat ik vind dat het een sta-in-de-weg is en ten tweede omdat ik vind dat de wind zijn werk moet kunnen doen. Ik hang dus mijn versgewassen lappen altijd aan wasrekken buiten die beurtelings een keer aan de schutting hangen of aan de railing van het balkon. Dientengevolge vind ik het een sport apart om knijpers als aandenken mee te nemen uit het buitenland. In Frankrijk hebben ze hele grote…beetje onhandig dat wel maar in aardige kleuren: botergele en mintgroene. Een nadeel is dat ze hooguit een jaar meegaan want dat plastic verkleurt niet alleen in de zon maar het wordt ook hard en als gevolg daarvan wil er nog weleens een knijper knappen op een hoogst ongelegen moment. Ik ben dus onlangs weer overgestapt op houten knijpers. Maar wat een deceptie is dat. Na twee keer een kledingstuk te hebben geknepen, lijkt de veerkracht uit dat ijzeren draadje. De twee helften springen los van elkaar waarna één zo’n houten helft op  de grond valt en de andere met ijzerdraad en al aan je rek blijft hangen. Bij de eerste zeven knijpers heb ik nog geprobeerd om ze weer in/aan elkaar te zetten. Wat een kolerewerk is dus daar ben ik na verloop van tijd mee gekapt.

 Wat ik me afvraag is of die knijpers hedentendage nog gemaakt worden door lieden die al dan niet tijdelijk van hun vrijheid zijn beroofd en mocht dit dan zo zijn of deze lieden moeten werken met slapper ijzerdraad òf dat ze gewoon de kont tegen de krib gooien en zo weliswaar subtiel maar afdoend wraak nemen op hun opvoeding. Sinds ik vanmorgen de voorzitter van de VO-raad hoorde zeggen dat de kloof tussen leerling en leraar geslecht kan worden door leerlingen het goede antwoord met hun blackberry te laten pingen tijdens de lessen  i.p.v. op de oude vinger-in-de-lucht manier ben ik een beetje uit mijn verband en haal ik me van alles en nog wat in mijn hoofd. Tijd om te gaan kijken of de was al droog is.

Decolleté

mei 25, 2011 § 22 reacties

Juf, wat betekent ‘decolleté?’ Farid smijt zijn vraag het klaslokaal in en herinnert zich op de valreep dat hij ook zijn vinger in de lucht moet steken. ‘ Een laag uitgesneden hals’, antwoord ik. ‘Hals???wàt is dat?’ Ik wijs naar de plek onder mijn kin.‘ Da’s toch je nek?‘ Ik kijk hulpbehoevend naar Leila…één van de meest schrandere leerlingen die ik ooit ontmoette. Ze zucht hartgrondig, draait zich om en zegt: ‘Kijk dan sukkel…dit, wijzend op de lijn van haar laag uitgesneden t-shirt,’ is een decolleté…’ Dit woord, zo weet ik nu zeker, zal Farid nooit meer vergeten. Het is een prachtig woord vind ik, bedoeld om één van de mooiste delen van een vrouwenlichaam  aan te duiden/te tonen.  Je mag van mij overal een tattoo laten zetten maar niet daar, vind ik. Daar moet een wet voor komen: Verboden een decolleté onder te spatten. Ik was laatst in een tattooshop. Trouwe lezers weten dat ik toe was aan een tattoo. Ik liet er ook één zetten, maar niet daar. Ik werd geholpen door een meisje van een jaar of twintig en zij had haar decolleté bedolven onder getatoëerde rozen. Ik had ter plekke een potje kunnen janken maar dat doe je niet in het openbaar, dat leer je af. ‘Juf…wat betekent… ‘ Farid spelt langzaam ‘…maregaussie of zoiets….kweenie  wat er staat…’. Leila laat haar ogen rollen maar ik ben haar voor ‘….. er staat marechaussee Farid…’. Hij knikt en herhaalt het woord hardop. ‘Daar wil ik wel werken’ bekent hij. Ik vraag hem waarom dan wel. ‘Dan kan je toch bij de Koningin binnenkomen’, antwoordt hij glunderend. Ik reageer verbaasd en hij verduidelijkt:  ‘Ja toch mevrouw, die ene zoon van haar, die met Maxima is, die heeft toch drie dochtertjes…met één van die , ga ik dan trouwen…’ Ik vraag hem hoe hij dat zal aanpakken en hij zegt: ‘Als ik éénmaal ‘maresjadinges’ ben, ga ik duur praten en één duur woord ken ik al: decolleté’.

Op de Mookerheide

mei 16, 2011 § 21 reacties

De fietstocht is een vast onderdeel op het programma. Voor 30 kilometer kuierend fietsen draai ik mijn hand niet om. Nergens last van. Maar de zuchten en het steunen rondom mij wanneer we pas halverwege zijn, zijn niet van de lucht maar van de leerlingen die voor en achter me rijden. ‘Mevrouw, is het nog ver…ik heb zo’n zere reet”. Ik besluit om even pas op de plaats te nemen op de heide van Mook. Wanneer ik ga zitten, gewoon in het gras of wat daar voor doorgaat volgt een handjevol, de rest klimt op een houten dwarsbalk. Ze vinden het ‘echt niet chill’ om zonder kleed op de grond tussen die konijnenkeutels te moeten zitten. We drinken iets, we eten iets en we genieten van het uitzicht. ”t Lijkt hier helemaal niet op Nederland, juf!’ Plotseling is er consternatie. Grote. Farouk heeft een miniscuul groen rupsje in zijn haar. Als een op hol geslagen paard draaft hij rond onderwijl schreeuwend dat iemand dat beest uit zijn haar moet plukken. Dat doe ik en zet het rupsje terug op een bremstruik. Waar ik eigenlijk wel bang voor ben, willen ze weten, mijn leerlingen die er niet voor terugdeinzen om na elf uur ’s avonds de metro te nemen al dan niet met geldig plaatsbewijs, die er ook geen hard hoofd in zien om wanneer hen iets niet bevalt dit luidkeels mede te delen aan iedere willekeurige voorbijganger. ‘Voor pubers en verdwalen’  antwoord ik terloops. Wanneer we later op de route aankomen op de Canadese begraafplaats en ze nog wat later plaatsnemen naast me vraag ik hen waarom ze hier wel gewoon op het gras zijn gaan zitten. Hun antwoord:’t gras is hier netjes en hier wonen geen wilde dieren’.

Iedere werkweek levert ieder van ons nieuwe perspectieven. Ook deze week was een gedenkwaardige.

©lasja
afb.: internet

Als je ontbijt wil…

mei 5, 2011 § 24 reacties

 

en dit wordt het motto van de week

 

Volgende week is er weer een werkweek…tegenwoordig heet dat ook voor Mavo 2 ‘studiereis’. En ik? Ik ga mee ook al weet ik dat ik na afloop volledig uit de hengsels hang. Omdat we dit keer met 80 leerlingen gaan, hebben we het gehele buitencentrum afgehuurd. Om de kosten te drukken (ze rekenen 7,50 euro p/p voor een lullig ontbijtje inclusief aangebroken en over de datum zijnde potten pindakaas) besloten we dit keer zelf voor het ontbijt te zorgen. En ik? Ik heb de taak gekregen om het voesdel te verzamelen. No problem, pochte ik, ik bestel gewoon online en laat AH de boodschappen bezorgen. Na intensieve voorbereiding (hoeveel boterhammen per kind per keer, hoeveel beleg, hartig en zoet en halal, hoeveel drinken…mandarijntje of eitjes…. huismerk of A-merk) had ik de boodschappenlijst rond en belde met het distributiecentrum van onze grote kleine kruidenier. Bleek het buitencentrum net niet in hun bezorggebied te liggen. Wat nu?, vroeg ik de jongedame van de klantenservice. Na even nadenken wist ze het antwoord. Wanneer ik een adres in Nijmegen zou kunnen regelen, konden ze daar de bestelling bezorgen. Ik liet vanwege zoveel scherpzinnigheid een korte stilte vallen waardoor ze inzag dat haar oplossing als een tang op een varken sloeg.

Toen ik op de kaart zocht naar de dichtsbijzijnde AH kwam ik uit in Malden. Bezorgen deden ze niet maar klaarzetten wel mits ik van te voren een boodschappenlijst zou doormailen. Zo gezegd zo gedaan. Mocht u nu aanstaande maandag een personenauto voorbij zien komen met zo’n 40 broden, 400 zachte puntjes, 500 pakjes drinken en nog zo wat van die dingen, zwaai dan even. Dikke kans dat ik terug zwaai. Op maandag zie ik er nog redelijk uit.

©lasja

Jongens van veertien

april 3, 2011 § 23 reacties

Ze sms’te me: ‘Peter stond te huilen. Iets met Freek. Kon er niet achterkomen’. Kleedkamers van gymzalen zijn broedplekken van puberleed. Ruimtes zonder  regulerend toezicht waar het ontluikende puberlijf in al zijn kwestbaarheid getoond moet worden aan leeftijdgenoten. Anno 2011 is dàt nog steeds niet veranderd. Gelukkig heb ik een oplettende collega lichamelijke opvoeding. Ik pieker tijdens de les Nederlands hoe ik het zal aanpakken. Eén ding weet ik: ik moet het initiatief nemen. Jongens komen zelden tot nooit langs om te praten over wat hen dwars zit of om uit te leggen waarom hun tranen vloeien. Vlak voor de bel tik ik beide jongens, nauwelijks merkbaar voor de andere leerlingen op hun schouder en fluister: ‘Na de les, even blijven zitten’.

Beide jongens zijn buitenbeentjes, niet doorsnee, niet gemiddeld. In de puberteit staat dit gelijk aan kwetsbaar, een makkelijk onderwerp van spot en voor de heren in kwestie: incasseren, keer op keer. De klas waarvan ze deel uit maken, is een gemoedelijke klas. Doordat er veel meiden in zitten heerst er een feminieme sfeer en kwetsbare jongens gedijen daarin beter dan in een klas waar vooral jongens overheersen. Maar beide jongens hebben last van hun verleden. Ook al is dat slechts veertien jaren oud. Beiden zijn in vorige klassen menigmaal gepest, getreiterd zelfs. Bij Peter zijn de efffecten daarvan naar binnen geslagen. Om het minste geringste voelt hij zich afgewezen en gaat over tot een buitenproportionele aanval. Hij heeft ook geen vertrouwen in docenten, want die hebben nog nooit iets voor hem gedaan. Nou ja, oké, buiten zijn mentrix van vorig jaar en die van dit jaar. Bij Freek hebben de gevolgen van herhaaldelijk afwijzen zich opgebouwd in een enorme onrust in zijn lijf: hij kan niet stilzitten, trommelt vaak en veelvuldig met zijn vingers op alles wat er voor handen is en leest tijdens een leesbeurt met gemaakt lage stem om zijn baardloze hoge stem te verbergen. Ze verdragen elkaars kwetsbaarheid niet, ruiken de angst voor de afwijzing van grote afstand en zoeken als gevolg daarvan constant de confrontatie met elkaar.

Peter huilt met ingehouden woede en dreigt dat hij Freek in elkaar zal meppen wanneer deze nog één keer iets zegt. Freek reageert verbolgen en roept dat hij niet begrijpt waar Peter op doelt. Peter doet met gebalde vuist een stap. Ik grijp in, maan hem tot rust en laat een stilte vallen. Dan probeer ik en zeg dat ze eigenlijk niet zoveel van elkaar verschillen… dat ze allebei weten hoe het voelt om gepest en afgewezen te worden. Freek begint nu ook te huilen, onbedaarlijk. Woorden verstoren nu datgene wat moet plaatsvinden, denk ik, dus ik zwijg. Wanneer het huilen verandert in sniffen vertel ik hen wat ik vermoed, namelijk dat ze allebei een wond aan de binnenkant hebben die soms opengetrapt wordt. Stel nou, zeg ik, dat die wond aan de buitenkant zou zitten en je zou ‘m kunnen zien…een grote plek op een knie bijvoorbeeld met een dikke korst erop. Zou je die dan open schoppen of zou je juist daardoor een beetje rekening houden met elkaar?

Jongens van veertien zijn over het algemeen  mild en vol goede bedoelingen. Jongens van veertien verstoppen zich over het algemeen nog niet achter stoer boeren, luid schreeuwen, ruziemaken en ander kabaal om hun angsten en onzekerheden te overstemmen. Als het ijzer gesmeed moet worden, dan nu, denk ik.

Ik laat Freek en Peter gaan en spreek met hen af dat ik volgende week wil horen welke keuze ze gemaakt hebben: de ander verwonden of de ander met rust laten.

©lasja
afb.: internet

What the F….atboy!

maart 28, 2011 § 17 reacties

‘Kind! Kinderen , heb je voor het leven!’, placht mijn moeder te zeggen. Over het algemeen ervaar ik dat  als een zegen maar soms, ik zeg het eerlijk een burden waar je niet onderuit kunt. Ja, zo is het toch? Dochter moest voor het vak 3D   associëren op het begrip stoel. Waarom stoel. vraagt u zich wellicht af. Niet doen. Heb ik ook niet gedaan. Over sommige opdrachten in het leven moet je niet te lang nadenken omdat je er anders simpel van wordt. Goed, stoel dus. Uiteindelijk kwam ze uit op zitzak en vervolgens op fatboy en vervolgens op het lumineuze idee om de zitzak alias fatboy te vullen met verpakkingen waarin allerhande junkfood geduldig had zitten afwachten totdat het verorberd werd.

Het idee is natuurlijk schitterend, orgineel, kunstzinnig haast!

 Stoel→ Zitzak→ Fatboy→gevuld door Junkfood  

En je gunt je kind altijd een plek op een erepodium. Dus je stimuleert zo’n idee. Aan alle kanten. Je denkt mee over de uitvoering (de fatboy moest van stevig en doorschijnend plastic want anders zag  je de vulling niet). Het ontwerp moest verkleind worden want het ging slechts om een prototype. De uitvoering diende deels te geschieden op het naaimachien… een voor Dochter prehistorisch apparaat. Om een lang verhaal kort te maken. Hij is er uiteindelijk gekomen: Fatboy filled with junkfood.  Zondag rond de klok van 16.00 uur zag hij het licht. Dat zijn komst gepaard ging met menig verbeten vloek en verwensing zetten we niet op het geboortekaartje. Dat houden we tussen ons. Daar vertrouw ik u in.

© lasja
afb.: internet

Boodschap…

maart 25, 2011 § 10 reacties

Toegegeven: ik heb nog niet zo heel lang geleden op het punt gestaan om een BB te kopen, een Blackberry. Een robuuste en multifunctionele mobiele telefoon die ook nog eens tegen een stootje kan, vond ik wel bij me passen. Maar de pubers die tegenwoordig niet in het bezit zijn van zo’n pingapparaat zijn op één hand te tellen. En een beetje docent houdt gepaste afstand van de modegrillen van de jeugd. Buiten dit principe ondervind ik dagelijkse de gevolgen dit hebbeding, ook al bezit ik er zelf geen.  Ik ken geen puber die niet verslaafd is aan dat kreng. Mijn lokaal heb ik openlijk tot ” blackberryvrije zone” verklaard.  Ze weten dat ik wanneer ik ook maar een glimp zie van hun zwarte lieveling deze zonder pardon in beslag neem. Ondanks dit risico zie ik menigmaal een  hand onder tafel verdwijnen richting linker of rechterbroekzak omdat de eigenaar niet bestand is tegen de trilling die een bericht aankondigt. Ook op de gangen sta ik wat betreft Blackberrygebruik op mijn strepen: indien een leerling een gesprek of een praatje met mij wenst, wil ik dat aangaan zonder dat de leerling ondertussen zijn ‘precious’ beroert. Ik sta inmiddels bekend als de blackberry-hater en dit wordt me ook nog eens van harte gegund. Zelf heb ik een LG met een touchscreen. Ook dat weten de leerlingen. Ze leggen mijn onverdraagzame houding t.a.v. hun blackberry’s uit als zijnde een campagne voor een mobiel met touchscreen. Pubers zijn zo slim!

Ik ontving vanmorgen een berichtje van een voor mij volkomen onbekende. Dat is wel vaker zo. Ik ben weleens gebeld door een Surinaamse man die in het Sranang van alles en nog wat aan mij begon te vertellen. En ook weleens door een dame van de dieetclub met de mededeling dat de ‘weegavond’ niet door kon gaan. Maar deze ochtend kreeg ik boodschap die ik qua inhoud niet heb kunnen decoderen. Ook mijn leerlingen wisten geen zinnige uitleg te geven. Wel een tip: ‘Mevrouw wanneer u een BB neemt, pingt u alleen met bekenden, dus krijgt u nooit een berichtje van iemand die u niet kent’ . Ik heb een beetje zuinigjes gelachen en vraag bij deze uw hulp in. Dit is het bericht:

Hi babs, mitie hier. Zou ikvandaag

langs kunnen komen voor een blik biamed?

 

© lasja

Waar ben ik?

Je bekijkt nu de onderwijs categorie van zeeschuim.