Voor het zingen de kerk in

juli 18, 2011 § 19 reacties

Toen ze werd geweigerd om deel te nemen aan ‘het laatste avondmaal’ omdat ze geen hoed droeg, was regelmatig kerkbezoek voor haar verleden tijd. Woest was ze op die ouderlingen die zich god waanden. Ze werd lid van een koor dat op dinsdagavond oefende. Dinsdagavond werd voor ons de- later- naar-bed-avond want voordat ze thuis kwam, was het na tienen. Nadat we de Onedin Line hadden bekeken, lieten we mijn vader met rust en trokken naar zolder.  Het koor (Cantate Deo) van mijn moeder gaf jaarlijks een kerstconcert. Op kerstavond. Wij waren haar grootste fans en net zo zenuwachtig als zij. We konden haar duidelijk horen ook al stond ze tussen zes andere alten. Wij vonden ook dat zij het mooist zong van iedereen. Omdat we te jong waren om alleen naar die Ontmoetingskerk te gaan avonds laat en mijn moeder eerder aanwezig moest zijn i.v.m. het inzingen, ging mijn vader voor deze ene keer per jaar ook naar de kerk. Gestut door een zakflacon jonge jenever. Om de gehele kerkdienst uit te kunnen zitten, nam hij tijdens het gebed een flinke teug vuurwater. Wanneer het koor het “Ere Zij God’ begon te zingen, wisten wij dat het niet lang meer zou duren voordat we krentenbrood met spijs zouden eten. Ik bespiedde mijn moeder en zag haar stralend omgaan met de andere koorleden terwijl ze met één oog mijn vader in de gaten hield.

Trots en vol goede moed

juli 16, 2011 § 13 reacties

Gisteren sprak ik mijn vader. Hij belde en ik wist waarom. Hij had gehoord dat het niet zo goed ging met ‘je moeder’ , zijn ex maar dat begrip detoneert in zijn woordenschat. Ik vertelde hem wat hij horen wilde. De scheiding was voor mijn moeder  een bevrijding  maar voor hem de mislukking van zijn leven en iets wat hij nooit voor mogelijk had gehouden. Ze wonen in hetzelfde dorp, doen boodschappen bij dezelfde winkels maar zijn elkaar in de afgelopen vijftien jaar hooguit twee of drie keer tegengekomen. Ze houden zich van elkaar op de hoogte via anderen en hun kinderen. Trouwen doe je niet voor het leven maar scheiden kennelijk wel. Verbonden tot in de dood. Daar denk ik weleens over na: hoe het de ander zal vergaan wanneer de één overlijdt. In beider leven kwam tot nu geen andere geliefde. Geen ruimte of geen vertrouwen meer. Ooit waren ze stapelverliefd op elkaar maar aan dat begin durft geen van beiden terug te denken. Op hun trouwfoto zie ik ze: mijn vader, jong, knap, trots en een beetje verlegen: mijn moeder, vrolijk, blakend en vol goede moed. Een leven duurt te kort om het te begrijpen.

Lachen

juli 14, 2011 § 22 reacties

Ze was anders dan de moeders van mijn vriendinnetjes. Wanneer was het dat ik dit onderscheid zag en voelde? Was het toen ze een teil zand op het balkon zette en wij daar naar hartelust taarten van mochten bakken of was het toen ze tijdens een kinderverjaardag een elastiek in de deuropening knoopte en daarover een lange doek hing om ons vervolgens op een poppenkastvoorstelling te trakteren? Misschien was het wel toen ik aan haar hand terugkwam van het boodschappen doen en het klutje buurvrouwen dat stond te praten, stilviel toen wij passeerden. Mijn moeder lachte schamper dan, ze lachte sowieso de sores uit haar leven: op het strand, met haar vriendinnen, haar zussen, haar kinderen. Mijn moeder stond bekend als vrolijke meid. Haar schallende lach was dagelijks te horen. En wij lachten vaak met haar mee.  Om één ding was het ons ten strengste verboden te lachen. Wanneer wij ‘Dirk de Aansteker’, ‘Arie Bombarie’, ‘Niek Heb Centen’ of een uitgelaten mongool op straat tegenkwamen, moesten wij groeten. Mocht je het in je hoofd halen om één van hen uit te lachen waar zij bij was, maakte je kennis met haar vlammende ogen en haar vlakke hand.  Ook dat maakte haar anders dan andere moeders in Kustdorp die een kind met handicaps toch vooral zagen als straf van god.

Reis om de wereld

juli 13, 2011 § 8 reacties

Toen haar ouders naar het ‘bejaardentehuis‘ verhuisden, pendelde ze elke veertien dagen heen en weer tussen Kustdorp en Rotterdam. Eén van ons vijven mocht dan mee. We vertrokken ’s zaterdags rond een uur of negen met de bus naar Leiden. Daarna pakten we de intercity en vanaf CS stapten we in de metro tot aan Maashaven en daarna namen we tram twee. Een reis om de wereld leek het. Bij haar ouders aangekomen, was ze het zonnetje in huis. Oma, haar moeder legde haar breiwerk terzijde en zette koffie. Opa, haar vader stak voor de gezelligheid een sigaar op. Ik zag mijn moeder in een ander licht. Niets liet ze los over hoe haar leven werkelijk was. Met iedereen in Kustdorp ging het goed en ze kregen de groeten van haar haar man, mijn vader. Ik speelde het onafgesproken spel mee en wenste dat de dag langer zou duren dan deze ene.  Op de terugweg werden haar  zinnen korter naarmate we Kustdorp dichter naderde. Op het moment dat ze de sleutel in de voordeur stak, liet ze Rotterdam en hen die haar daar lief waren achter zich. Alleen de sigarenlucht van haar vader zat nog in onze jassen.

Endocriene klieren

juli 11, 2011 § 10 reacties

De enige manier om ‘op jezelf ‘ te gaan voor meisjes/ jongedames in de vroege jaren vijftig was door verpleegster te worden. Mijn moeder koos voor het verzorgen van de mens met een geestelijke beperking. Ze belandde in Maasoord (met de klemtoon op oord…daaraan hoor je of iemand uit Rotterdam komt…of niet). Aan ons, haar kinderen vertelde ze jaren later de dingen die ze er had meegemaakt. Zo was er een vrouw, geteisterd door syfilis in een vergevorderd stadium, die op het moment dat mijn moeder de ziekenzaal binnenliep, rechtop in bed ging zitten en riep : ‘Vieze, vuile rothoer!‘ Of van de vrouw die van te voren aankondigde dat ze zou spugen en dan ook daadwerkelijk een fluim richting verplegende personeel dirigeerde. Wij, gruwelden van die verhalen maar hingen aan haar lippen. En passant leerden wij ook wat het begrip hoer betekende en waardoor je syfilis opliep. Mijn moeder heeft  altijd een verhaal gehad maar de afgelopen weken werd ze stiller en stiller. Tot gisteren. Met een twinkeling in haar ogen liet ze weten dat ze tijdens  haar opleiding tot verpleegster samen met de andere meiden amok had gemaakt over de leerstof die handelt over endocriene klieren. ‘We hadden een bloedhekel aan die endocriene klieren, want,  zo zeiden we: we zijn toch alleen maar bezig met de hersenen van patienten…  en moet je nu zien: nu loop ik bij een endocrinoloog…. als ik dat die meiden eens kon vertellen !’. Mijn broer en ik keken elkaar aan. Veelbetekenend.

Op de vliering

juli 8, 2011 § 16 reacties

In de tijd dat ze nog rookte, schreeuwde ze ook vaak tegen haar man, mijn vader. Vooral in de weekenden. Hij was zat en zij was het zat.  Dat ze schreeuwde en zich nooit gewonnen gaf, toonde haar lef, haar moed, haar knok tegen de neergang. Een beter voorbeeld had ze niet kunnen geven. Soms won de wanhoop en sloot ze zich op in de verste nok van het huis. Wanneer mijn vader, haar man zich uit de voeten maakte, sloop ik naar boven, klom de trap op naar de vliering en klopte op het luik. Ik wachtte op haar ‘ja…!?!‘ waarin de woede gedoofd was en schoof het pakje Caballero tussen de kier van het vlieringluik dat ik behoedzaam omhoog had geduwd. Ik wist dat het niet lang meer zou duren voordat ze weer naar beneden kwam en ons leven zijn loop hervatte.

Ze rookt niet meer. Vandaag zocht ik naar wat haar hoop kon geven en kwam niet verder dan een knuffelleeuwtje.

In haar keuken

juli 7, 2011 § 9 reacties

Nog niet zo lang geleden stond ik naast haar. In de keuken. die van haar. Voor haar koken doe ik graag. Zij eet mijn maaltijden met smaak. Ik zag haar staan, tengerder dan in mijn jeugd. In haar spijkerbloes en makkelijke broek waarvan ze de pijpen had opgerold. Scherp drong het tot me door dat ik ooit alleen in haar keuken zou staan. Ik sloeg mijn armen om haar heen en vertelde haar dat ik haar niet missen kan. Nooit. Ze keek me aan en lachte me uit. Haar spot stelde  me gerust. Dit wat was, zou eeuwig duren. In haar hand zit nu een infuus, al weken.  Haar sterke lenige lijf kreeg klap op klap. Ze is stil geworden. Verbijsterd. Haar vrolijke altijd optimistische humeur heeft zich angstig teruggetrokken. Heel af en toe wanneer ik haar een triviaal stukje uit de Libelle voorlees, probeert ze terug te grijpen naar haar kracht die onverwoestbaar leek. Ik zou naast haar willen kruipen om het vacuum waarin ze zit open te breken. Ze vraagt om het glas water met ijsblokjes. Onzeker zuigt ze aan het rietje. Het bezoekuur loopt ten einde. Ik werp haar een luchtkus toe en zij werpt er één terug. Bij het sheidingsgordijn kijk ik nog een keer om maar ze heeft haar ogen al dicht gedaan.